Een vijgenboom verplaatsen lukt het beste tijdens de rustperiode, dus in de late herfst of winter. De boom heeft dan geen bladeren, de groei staat stil en de wortels zijn minder gevoelig voor schade. Doe je het op het verkeerde moment, dan loop je een grote kans dat de boom de verplanting niet overleeft.
Het juiste moment voor het verplaatsen van een vijgenboom
De ideale periode is november tot en met februari, als de nachtvorst nog niet te hard is. De boom slaapt dan als het ware: hij gebruikt nauwelijks energie en kan de stress van een verhuizing beter aan. Vermijd verplaatsen in de zomer of vlak voor de bloei in het voorjaar. De boom staat dan in volle groei en verliest bij het rooien zoveel wortels dat hij de aanmaak van bladeren en vruchten niet meer bij kan houden.
Een dag of twee voor je begint, water je de boom goed. Dat maakt de grond losser en het wortelstelsel houdt meer vocht vast tijdens de kluit. Droge grond breekt sneller en dan verlies je meer wortels dan nodig is.
Vijgenboom verplaatsen: stap voor stap
Bereid de nieuwe plek eerst voor. Graaf het nieuwe gat alvast uit, minimaal anderhalf keer zo breed en even diep als de te verwachten kluit. Vijgen houden van goed doorlatende grond. Meng de uitgegraven grond eventueel met wat zand of grind als de bodem zwaar en kleiig is.
- Stap 1: Steek rondom de stam een cirkel in de grond, op een afstand van ongeveer 30 tot 50 centimeter van de stam (afhankelijk van de grootte van de boom). Dit is de grens van je kluit.
- Stap 2: Graaf langs die cirkel omlaag met een scherpe spade. Snij wortels die de cirkel doorkruisen zo schoon mogelijk door. Een rafelige wortelsnede geneest slechter dan een strakke snede.
- Stap 3: Werk van alle kanten naar de onderkant van de kluit toe. Steek de spade schuin onder de kluit om de penwortel of de diepere wortels te kunnen doorsnijden.
- Stap 4: Wikkel de kluit in jute of plastic zodra de boom los is, zodat de aarde niet uit elkaar valt tijdens het transport. Dit is zeker belangrijk bij zandige grond.
- Stap 5: Til de boom op en breng hem direct naar de nieuwe locatie. Hoe korter de boom boven de grond staat, hoe beter.
- Stap 6: Zet de boom op precies dezelfde diepte als hij stond. Te diep planten kan de stambasis aantasten en tot rotting leiden.
- Stap 7: Vul het gat op, druk de grond voorzichtig aan en geef ruim water. Zo sluit je luchtpockets in de grond af en maken de wortels direct contact met de omringende aarde.
Wat te doen na de verplanting
Een verplante vijgenboom heeft het eerste jaar extra aandacht nodig. Water regelmatig, zeker als het droog is, maar vermijd dat de grond doorweekt raakt. Te veel water is minstens zo schadelijk als te weinig. Een laag mulch (gehakseld hout, stro of bladeren) van vijf tot tien centimeter rondom de stam helpt om vocht vast te houden en de wortels te beschermen tegen kou.
Bemest het eerste jaar niet of nauwelijks. De boom moet zich eerst vestigen, en extra voeding stimuleert bovengrondse groei terwijl het wortelstelsel nog herstelt. Dat is een combinatie die de boom extra onder druk zet.
Het kan zijn dat de boom het eerste seizoen minder vruchten geeft of zelfs helemaal niet. Dat is normaal. Geef de boom de ruimte om te herstellen en verwacht pas in het tweede of derde jaar na de verplanting weer een volwaardige oogst.
Wanneer is verplaatsen te riskant?
Bij een heel grote, oude vijgenboom, met een stamomtrek van meer dan 30 tot 40 centimeter, is verplaatsen een stuk riskanter. De kluit wordt dan zo zwaar en groot dat je hem nauwelijks intact kunt houden. In dat geval is het eerlijker om af te wegen of de boom werkelijk moet verhuizen, of dat je de tuin om de boom heen ontwerpt.
Ook als de boom ziek is of al verzwakt, is verplanten af te raden. De stress van een verhuizing kan een al kwetsbare boom over de rand duwen.
Pak je het op het juiste moment aan en bereid je de kluit goed voor, dan overleeft de meeste vijgenbomen een verplanting prima. De combinatie van de late herfst of winter, een scherpe spade en een goed voorbereide nieuwe plek maakt het verschil tussen slagen en mislukken.

