Waterloten bij een perenboom snoei je weg zodra je ze ziet, want ze kosten de boom energie zonder vruchten te leveren. Waterloten zijn rechte, steil omhoog groeiende scheuten die er net iets anders uitzien dan gewone takken. Ze groeien vaak razendsnel en zijn daardoor makkelijk te herkennen tussen het normale takwerk.
Wat zijn waterloten bij een perenboom precies?
Waterloten zijn scheuten die vrijwel loodrecht omhoog groeien vanuit de stam of een grotere tak. Ze hebben een opvallend rechte groeirichting, zachter hout dan normale takken en vaak grotere, glanzende bladeren. Dat afwijkende uiterlijk maakt ze goed te onderscheiden van de rest van de kroon.
Ze ontstaan doordat de boom reageert op stress. Denk aan een flinke snoeibeurt, een beschadiging, of juist een te vette bodem. De boom produceert dan in korte tijd veel nieuwe scheuten, als een soort herstelreactie. Bij perenbomen gebeurt dit relatief snel en stevig.
Waarom waterloten bij de perenboom een probleem zijn
Waterloten nemen veel energie op die de boom eigenlijk in bloei en vruchtzetting zou kunnen stoppen. Ze geven zelf geen of nauwelijks vruchten, maar ze concurreren wél direct met de takken die dat wel doen. Laat je ze staan, dan vertakt een waterloot zich verder en groeit hij uit tot een volwaardige tak die de kroon verdicht. Een te dichte kroon laat minder licht en lucht door, wat de kans op schimmelziekten vergroot en de perenopbrengst verlaagt.
Waterloten van een perenboom snoeien: zo doe je het
Snoei waterloten bij voorkeur zo vroeg mogelijk. Jonge waterloten van een paar centimeter lang breek je gewoon met de hand af. Dat is sneller dan knippen en wondweefsel vormt zich nauwelijks, waardoor er ook minder kans is op nieuwe scheuten op dezelfde plek.
Ben je te laat en is de waterloot al dikker gegroeid, gebruik dan een scherpe snoeischaar. Knip de waterloot zo dicht mogelijk bij de stam of de tak weg, zonder een stomp te laten zitten. Een stomp nodigt namelijk uit tot nieuwe uitloop op precies die plek. Grote wonden bij perenbomen behandel je met wondafdekkingsmiddel, al is bewijs voor de meerwaarde hiervan wisselend. Het doet in elk geval geen kwaad bij dikkere zaagsneden.
- Verwijder waterloten het hele groeiseizoen door zodra je ze ziet.
- Jong en dun: gewoon afbreken met de hand.
- Dikker dan een potlood: snoeischaar gebruiken, zo dicht mogelijk bij de tak.
- Geen stomp laten zitten.
- Snoeischaar schoon en scherp houden om schimmel te voorkomen.
Het beste moment om te snoeien
Tijdens het groeiseizoen (voorjaar tot en met zomer) pik je waterloten het snelst weg. Op dat moment zie je ze goed en kun je ze in een vroeg stadium verwijderen. De grote snoeibeurt van de perenboom doe je doorgaans in de winter als de boom kaal is, maar waterloten hoef je echt niet tot de winter te laten wachten. Hoe eerder je ze weghaalt, hoe minder energie verloren gaat.
Zo voorkom je dat waterloten terugkomen
Volledig voorkomen is moeilijk, maar je kunt de kans wel verkleinen. Snoei de perenboom niet te drastisch in één keer. Als je veel takken tegelijk weghaalt, reageert de boom met een flinke uitbarsting van nieuwe scheuten, waaronder veel waterloten. Verspreid zware snoei daarom over meerdere jaren. Geef de boom ook niet te veel stikstofrijke meststof, want dat stimuleert weelderige, ongewenste groei.
Controle twee keer per jaar, eenmaal in het voorjaar en eenmaal in de zomer, is genoeg om de boel in de hand te houden. Combineer dat met de winterse snoeibeurt en je houdt een perenboom met een goed gevormde, luchtige kroon die jaarlijks fatsoenlijk peren geeft.

