De bosbes en de blauwe bes lijken op elkaar, maar het zijn twee verschillende vruchten. Het grootste verschil zit in de herkomst, de grootte en de kleur van het vruchtvlees. De bosbes is een wilde, Europese bes met donkerpaars vruchtvlees. De blauwe bes is een gekweekte soort uit Noord-Amerika met wit tot crèmekleurig vruchtvlees van binnen.
Uiterlijke verschillen tussen bosbes en blauwe bes
De bosbes is klein, rond en diepblauw tot blauwpaars van kleur. Als je hem doorsnijdt, zie je dat het vruchtvlees donkerpaars of bijna zwart is. Daardoor kleurt je tong en je vingers meteen als je er een paar eet. De bosbes groeit aan lage struikjes, die zelden hoger worden dan 30 tot 40 centimeter. Je vindt ze van nature in bossen, heidevelden en berggebieden.
De blauwe bes is groter en ook blauw van buiten, maar vanbinnen is het vruchtvlees wit of lichtroze. Je tong kleurt er nauwelijks van. De bes groeit aan hoge struiken, soms wel twee meter hoog, en de bessen hangen in trossen. De struik bloeit met kleine, witte tot lichtroze bloemetjes. Blauwe bessen worden op grote schaal geteeld, onder andere in Nederland, Polen en Noord-Amerika.
Smaak: welke bes is zoeter?
De bosbes heeft een uitgesproken, iets zure smaak met een aardse, bosachtige ondertoon. Veel mensen vinden hem aromatischer dan de blauwe bes. De blauwe bes smaakt milder en zoeter, met minder zuur. Dat is ook de reden dat de blauwe bes populairder is in de supermarkt: hij is toegankelijker van smaak en makkelijker te eten als snack.
Of de ene bes lekkerder is dan de andere, hangt af van wat je er mee doet. In een taart of compote geeft de bosbes meer kleur en smaakdiepte. Op yoghurt of in een smoothie is de blauwe bes praktischer en minder overheersend.
Voedingswaarden vergeleken
Beide bessen bevatten antioxidanten, vitamine C en vezels. De bosbes staat echter bekend om een hogere concentratie anthocyanen, de stoffen die verantwoordelijk zijn voor de diepe paarse kleur. Anthocyanen worden in voedingsonderzoek in verband gebracht met positieve effecten op onder andere het hart en de hersenen, al is verder onderzoek daarvoor nodig. De blauwe bes bevat ook anthocyanen, maar in een lagere concentratie omdat het vruchtvlees niet gekleurd is.
Qua calorieën en koolhydraten zitten de twee bessen dicht bij elkaar. Beide zijn lichtverteerbaar en geschikt als onderdeel van een gevarieerd eetpatroon.
Beschikbaarheid en prijs
Blauwe bessen zijn het hele jaar door in de supermarkt te koop, in grote bakjes van 125 gram of meer. Ze zijn relatief goedkoop door de grootschalige teelt. Bosbessen zijn in Nederland in de supermarkt vrijwel altijd de gecultiveerde variant (vaak ook aangeduid als “bosbes” op het etiket), maar dat zijn eigenlijk gekweekte Amerikaanse bosbessen, niet de echte wilde bosbes.
Echte wilde bosbessen vind je in de natuur in berggebieden, of soms bij speciaalzaken en op markten. Ze zijn duurder en moeilijker te verkrijgen. In landen als Zweden en Finland worden wilde bosbessen wel op grotere schaal geplukt en verkocht, ook als diepvriesvariant.
Gebruik in de keuken
Blauwe bessen gebruik je het makkelijkst rauw: in een bakje, op pannenkoeken of in een smoothie. Ze houden hun vorm goed en kleuren je gerecht niet. Bosbessen geven juist wel kleur af en zijn daardoor perfect voor jam, saus, taart of muffins waarbij je die diepe paarse tint wilt. In Scandinavische keukens is de bosbes een klassieker in desserts en bij wild.
Wil je echt weten wat je koopt, kijk dan op de verpakking. Staat er “blueberry” of “blauwe bes” met wit vruchtvlees? Dan heb je de gekweekte Noord-Amerikaanse variant. Staat er “bosbes” en is het vruchtvlees donkerpaars? Dan is het de echte Europese bosbes.
Kortom: de blauwe bes is groter, zoeter en makkelijker verkrijgbaar. De bosbes is kleiner, intenser van smaak en kleur, en rijker aan kleurpigmenten. Welke je kiest, hangt af van de situatie. Voor dagelijks gebruik wint de blauwe bes het op gemak. Voor smaakdiepte en kleur in je kooksel is de bosbes de betere keus.

