De appelboom: alles wat je moet weten over planten, verzorgen en oogsten

Leestijd: 4 minuten

De appelboom (Malus domestica) is een van de meest geteelde fruitbomen ter wereld en groeit al duizenden jaren in tuinen en boomgaarden. Hij levert niet alleen heerlijke vruchten, maar is ook decoratief en trekt insecten aan. Of je nu een appelboom wilt planten, snoeien of oogsten: in dit artikel vind je alles wat je nodig hebt om er het beste uit te halen.

Welke soorten appelbomen zijn er?

Er bestaan wereldwijd honderden appelrassen, van zoet tot zuur, van vroeg rijpend tot laat. In Nederland en België zijn de bekendste rassen: Elstar, Cox’s Orange Pippin, Jonagold, Goudrenet en Boskoop. Elk ras heeft zijn eigen smaak, groeiperiode en gebruiksbestemming. Jonagold is geliefd voor de frisse smaak en lange bewaarbaarheid, terwijl Boskoop populair is voor appeltaart.

Naast smaak verschilt ook de boomgrootte. Je kunt kiezen uit een volgroeide hoogstam (tot wel 8 meter hoog), een halfstam, een struikboom of een lage spilvorm. Voor een kleine tuin is een lage spilvorm of een appelboom op zwak groeiende onderstam de slimste keuze. Die blijft compact en is makkelijker te oogsten.

De appelboom planten: wanneer en hoe

De beste tijd om een appelboom te planten is van november tot en met maart, als de boom in rust is. Plant je een exemplaar met blote wortel, dan heb je de meeste keuze en is de prijs lager dan bij een potgekweekte boom. Een appelboom in pot kun je het hele jaar door planten, maar vermijd hitte en droogte in de zomer.

Kies een zonnige plek met goed doorlatende grond. Wateroverlast is funest voor de wortels. Graaf een kuil die minstens twee keer zo breed is als de wortelkluit, en zorg dat de entplaats (het knobbeltje op de stam) ruim boven de grond blijft. Meng de uitgestoken grond eventueel met wat compost voor een vlotte start. Geef de boom na het planten een flinke beurt water, ook al is de grond vochtig.

Bijna alle appelrassen zijn zelfsteriel: ze hebben stuifmeel van een ander ras nodig om vruchten te zetten. Zorg dus dat er een tweede appelras in de buurt staat, of check of er bij de buren een appelboom groeit. Bijen en andere bestuivers doen de rest.

Snoeien: onmisbaar voor een goede oogst

Snoei de appelboom elk jaar in de winter, bij voorkeur tussen december en februari. Op dat moment staat de boom kaal en kun je de structuur goed beoordelen. Snoeien is belangrijk om de boom open te houden, zodat licht en lucht tot alle takken doordringen. Dat verlaagt de kans op schimmelziekten en verbetert de kwaliteit van de appels.

Verwijder elk jaar de zogenoemde “wolfsscheuten” (steil omhoog groeiende, sterke scheuten die weinig fruit geven), dode of zieke takken, en takken die elkaar kruisen. Houd bij voorkeur een open, komvormige kroon aan. Snoei nooit meer dan ongeveer een derde van de totale begroeiing in één keer weg, want dat stresst de boom te veel.

Ziekten en plagen bij de appelboom

De appelboom is gevoelig voor een aantal veelvoorkomende problemen:

  • Appelschurft: een schimmelziekte die bruine vlekken op vruchten en bladeren veroorzaakt. Ruim gevallen blad goed op, want de schimmel overwintert daarin.
  • Meeldauw: een witte, poederachtige laag op jonge scheuten en bladeren. Snoei aangetaste scheuten weg en kies schimmelresistente rassen.
  • Appelzaagwesp en codlingmot: larven die in de appel boren. Je herkent het aan een gaatje met bruine kruimels in de vrucht. Vanglampen en feromoonvallen helpen de populatie te beperken.
  • Bloedluis: roze-rode plukjes op de stam en takken. Behandel met zeepsoda-oplossing of spuit weg met een sterke waterstraal.

Voorkom veel problemen door elk jaar te snoeien, gevallen vruchten en blad op te ruimen en resistente rassen te kiezen. Biologische bestrijding heeft bij thuistuiniers de voorkeur boven chemische middelen.

Oogsten en bewaren van appels

Afhankelijk van het ras rijpen appels tussen augustus en november. Een handige test: draai een appel voorzichtig op de tak. Laat hij makkelijk los, dan is hij rijp. Vroege rassen zoals Summerred rijpen al in augustus en zijn niet lang bewaarbaar (hooguit een paar weken). Late rassen zoals Goudrenet en Cox kunnen bij de juiste bewaaromstandigheden maanden meegaan.

Bewaar appels koel (bij voorkeur rond 4 graden Celsius), donker en luchtig. Leg ze niet op elkaar en bewaar appels apart van peren of andere vruchten, want appels scheiden ethyleengas af dat ander fruit sneller laat rijpen. Controleer de appels regelmatig op rot, want één rotte appel kan de rest snel aantasten.

Veelgestelde vragen over de appelboom

Hoe snel groeit een appelboom?
Een appelboom groeit afhankelijk van ras en onderstam gemiddeld 30 tot 60 centimeter per jaar. Op een zwakke onderstam groeit hij trager maar draagt hij eerder vruchten (soms al na 2 tot 3 jaar). Op een sterke onderstam kan het 5 tot 7 jaar duren voor de eerste echte oogst.

Hoe oud wordt een appelboom?
Een goed verzorgde appelboom kan 50 tot 100 jaar oud worden. Hoogstammen worden het oudst; lage vormen op zwakke onderstam hebben een kortere levensduur van gemiddeld 20 tot 30 jaar.

Heeft een appelboom veel water nodig?
In de eerste twee jaar na het planten heeft de boom extra water nodig, zeker in droge periodes. Daarna is beregenen alleen nodig bij langdurige droogte. Geef bij het water geven liever één keer goed door dan elke dag een klein beetje, zodat de wortels de diepte in groeien.

Kan ik een appelboom in een pot houden?
Ja, mits de pot groot genoeg is (minstens 60 liter) en de boom geënt is op een zwak groeiende onderstam. Een boom in pot heeft vaker water en voeding nodig dan een boom in de volle grond.

Met de juiste plek, wat jaarlijkse snoeiarbeid en aandacht voor ziekten geeft een appelboom je jaar na jaar een mooie oogst. Begin je klein, kies dan een compacte vorm op zwakke onderstam: die is makkelijker te beheren en draagt snel genoeg vruchten om de moeite te lonen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *