Kippen in de winter hebben minder zorg nodig dan veel mensen denken. Gezonde kippen houden zichzelf warm tot temperaturen van rond de -18 graden Celsius, zolang ze droog zitten en beschermd zijn tegen de wind. Toch zijn er een aantal dingen waar je goed op moet letten als de temperaturen dalen.
Wat kippen van nature goed kunnen: zichzelf warm houden
Kippen zijn verrasselijk goed bestand tegen kou. Ze pluizen hun veren op om een isolerende laag lucht vast te houden, vergelijkbaar met een donsjas. Dat systeem werkt goed zolang de veren droog blijven. Vochtige veren isoleren nauwelijks meer, en dat is precies waar het in de winter fout kan gaan.
Een grote bedreiging is niet de kou zelf, maar vocht in combinatie met tocht. Een kippenhok dat slecht geventileerd is, wordt binnenin vochtig door de uitgeademde lucht en de uitwerpselen van de kippen. Dat vocht trekt in de veren en maakt het voor de kippen veel moeilijker om warm te blijven. Ventilatie is dus belangrijk, maar dan wél zonder directe tocht op de kippen.
Het kippenhok in de winter: waar je op moet letten
Een goed winterklaar kippenhok is droog, tochtvrij en voldoende geventileerd. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het verschil zit in de plaatsing van de ventilatieopeningen: zet die hoog in de wand, boven de slaapstokken. Zo stroomt vochtige lucht naar buiten zonder dat er een koude luchtstroom direct over de kippen waait.
Controleer ook de strooisellaag op de grond. Een dikke, droge laag strooisel (zoals houtkrullen of stro, minimaal 10 tot 15 centimeter) isoleert de vloer en houdt de kippen droog als ze op de grond zitten. Ververs het strooisel regelmatig, zeker in de winter als de kippen meer tijd binnenshuis doorbrengen.
Let daarnaast op de kammen en lellen van je kippen. Grote, rechtopstaande kammen zijn gevoelig voor bevriezing. Dit noemen ze “kamvries” (frostbite). Bij langdurige vorst kun je de kam insmeren met vaseline of een gelijkwaardig vet om dit te voorkomen. Kippen met een zogenaamde rozenkam (een platliggende, compacte kam) hebben hier minder last van.
Voer en water in de wintermaanden
Kippen eten in de winter iets meer dan in de zomer. Ze verbranden extra energie om warm te blijven, en het is goed om daar rekening mee te houden. Geef ze voldoende legkorrels of ander basisvoer, en vul dat aan met granen zoals mais of tarwe. Granen worden langzamer verteerd en geven daardoor langer warmte af. Geef granen bij voorkeur ‘s avonds, vlak voor het slapengaan.
Water is in de winter het lastigste punt. Kippen kunnen niet drinken uit bevroren drinkbakken, en dat geeft binnen een dag problemen. Controleer het drinkwater minstens twee keer per dag als het vriest. Gebruik bij voorkeur een geïsoleerde of elektrisch verwarmde drinkbak als het bij jou regelmatig vriest. Een andere optie is de drinkbak ‘s nachts naar binnen halen en ‘s ochtends vroeg terugzetten.
Mag je extra verwarming gebruiken?
Verwarmingslampen en keramische verwarmers worden in kippenhokken toegepast, maar dat is niet zonder risico. Brand in kippenhokken is een serieus gevaar, vooral als stro en houtstof in de buurt zijn. Gebruik je toch een warmtebron, kies dan voor een broederlamp of verwarmingspaneel dat speciaal voor dieren bedoeld is en zorg voor een goede bevestiging zodat het niet kan vallen.
Het grote nadeel van bijverwarmen is dat de kippen eraan wennen. Gaat de stroom weg bij een plotse vorstperiode, dan zijn ze niet gewend aan de kou en zijn ze kwetsbaarder. Kippen die altijd zonder verwarming winteren, passen zich beter aan. Bijverwarming is vooral zinvol bij heel jonge kuikens, zieke kippen of bij extreem lage temperaturen ver onder de -15 graden Celsius.
Ren en buitenruimte in de winter
Kippen gaan in de winter minder graag naar buiten, maar ze kunnen dat prima als het droog is en niet te hard waait. Laat de deur van het hok gewoon overdag open zodat ze zelf kunnen kiezen. Bij sneeuw op de grond haken de meeste kippen af: ze zijn van nature wantrouwig tegenover de witte ondergrond. Je kunt de ren gedeeltelijk afdekken met een zeil of doorzichtig golfplaten dak zodat er een droge strook overblijft waar ze kunnen rondlopen.
Minder eieren in de winter: normaal of probleem?
De meeste kippen leggen in de winter minder eieren of stoppen er tijdelijk mee. Dat heeft te maken met de kortere daglengte. Kippen hebben dagelijks minimaal 14 tot 16 uur licht nodig om goed te blijven leggen. Minder licht betekent minder eieren. Je kunt dit bijsturen met een spaarlamp of LED-lamp in het hok die het daglicht aanvult tot zo’n 16 uur per dag. Stel de lamp in met een tijdschakelaar, bij voorkeur zodat hij ‘s ochtends vroeg aangaat en niet ‘s avonds laat uit zodat de kippen op een natuurlijk tijdstip naar hun slaapstok gaan.
Kippen overleven een normale Nederlandse winter prima zonder grote ingrepen. Zorg voor een droog, tochtvrij hok, vers drinkwater en voldoende voer, en je kippen komen de winter goed door. Bijzondere maatregelen zijn alleen nodig bij extreme vorst of bij kippen met een extra kwetsbaar ras of een grote kam.

