Kippen kunnen vliegen, maar maar heel beperkt. Ze komen van de grond los en kunnen korte afstanden overbruggen, maar een echte vlucht zoals bij een duif of een kraai zit er niet in. Hun lichaam is simpelweg te zwaar in verhouding tot hun vleugels om goed in de lucht te blijven.
Dat klinkt misschien verrassend, want je ziet kippen zelden vliegen. Toch is die vliegcapaciteit er wel degelijk, en er zit een duidelijke reden achter waarom die zo beperkt is.
Waarom kunnen kippen maar zo kort vliegen?
Het lichaam van een kip is zwaar en gespierd, zeker bij de moderne gehouden rassen. De borstspieren die de vleugels aandrijven zijn relatief klein ten opzichte van dat gewicht. Daardoor kunnen kippen hun vleugels wel bewegen, maar niet krachtig genoeg om lang in de lucht te blijven. Bij de meeste kippenrassen gaat het om hooguit een paar seconden en een paar meter.
Vergelijk dat met een vogel als een duif: die heeft een lichter skelet, grotere vleugelspieren in verhouding tot zijn gewicht, en holle botten die minder wegen. Bij de kip is dat evenwicht er nooit echt geweest, en door eeuwen van fokken op vlees en eieren is het er alleen maar verder van af geraakt.
Kunnen kippen vliegen in het wild?
De wilde voorouder van de huiskip, de rode junglehaan (Gallus gallus), kan iets beter vliegen dan zijn gedomesticeerde neven en nichten. Deze vogel vliegt bijvoorbeeld omhoog naar boomtakken om te slapen, veilig voor roofdieren. Dat is geen langdurige vlucht, maar wel doelgericht gebruik van de vliegcapaciteit die hij heeft.
De huiskip heeft dat gedrag deels behouden. Kippen die vrij rondlopen, zul je soms zien opfladderen naar een hek of een lage tak. Ze gebruiken hun vleugels ook om sneller te rennen of van een hoogte naar beneden te zweven zonder hard neer te komen.
Hoeveel meter kan een kip vliegen?
De meeste kippen halen hooguit twee tot drie meter horizontale afstand bij een springvlucht. Lichtere rassen doen het iets beter dan zware vleesrassen. Een volwassen vleeskuiken (het type kip gekweekt voor vlees) komt nauwelijks van de grond. Een lichtere kippensoort, zoals een leghorn, kan wel over een hek van een meter of anderhalve springen als dat nodig is.
Hoogte is voor kippen makkelijker te overbruggen dan afstand. Ze fladderen vaker omhoog dan vooruit, en kunnen op die manier een verhoging van een meter of meer bereiken.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor wie kippen houdt, is dit nuttige informatie. Een hek van een meter is voor de meeste zware rassen voldoende om ze binnen te houden. Houd je lichtere of actievere rassen, dan is anderhalve tot twee meter veiliger. Sommige kippenhouders knippen de slagpennen (de grote vleugelpennen aan één vleugel) bij om fladderen te beperken. Dat is niet pijnlijk en tijdelijk, maar het is goed om te weten dat zelfs een volledige kip geen grote vluchten maakt.
Kortom: kippen kunnen vliegen, maar alleen net genoeg om een hek over te komen of in een boom te klimmen. Van echte vliegkunst is geen sprake, en dat heeft alles te maken met de verhouding tussen hun gewicht en de kracht van hun vleugels.

