Een appelboom enten is de meest betrouwbare manier om een specifiek appelras te vermeerderen. Je snijdt een takje van de boom die je wilt kopiëren (het enthout) en verbindt dat met een onderstam. Samen groeien ze uit tot één nieuwe boom met precies de eigenschappen van het gekozen ras. Zaaien uit zaad geeft namelijk bijna altijd een andere boom dan de moederboom. Enten wel.
Dit artikel legt stap voor stap uit hoe je een appelboom ent, welke methoden het beste werken en waar het in de praktijk het vaakst misgaat.
De beste periode voor het enten van een appelboom
De meest gebruikte entmethoden voor appelbomen pas je toe aan het einde van de winter of het vroege voorjaar, meestal tussen februari en april. De onderstam begint dan langzaam te groeien, maar het enthout is nog in rust. Dat verschil is precies wat je nodig hebt: de onderstam levert de voedingsstoffen, terwijl het enthout zich kan hechten voordat het zelf uitloopt.
Een tweede entperiode is zomer (juli tot augustus), waarbij je oculeren toepast. Dat is een andere techniek waarbij je een slapend oog van het gewenste ras inbrengt in de bast van de onderstam. Oculeren werkt goed bij jonge onderstammen met een dunne, soepele bast.
Enthout knippen en bewaren
Knip het enthout in de winter, als de boom in volledige rust is. Kies gezonde, éénjarige scheuten van de boom die je wilt vermeerderen. Een goede scheut heeft goed gevormde knoppen en is niet te dun (dunner dan een potlood is lastig werken). Knip takken van zo’n 20 tot 30 centimeter, wikkel ze in licht vochtig papier en bewaar ze in een gesloten plastic zak in de koelkast. Zo blijven ze tot het entmoment goed, zelfs enkele weken.
Let op: bewaar enthout altijd van maar één ras per zak en label alles meteen. Verwisseling ontdek je pas jaren later, als de appels van het verkeerde ras hangen.
Appelboom enten: de meest gebruikte methoden
Er zijn meerdere manieren om een appelboom te enten. Dit zijn de drie methoden die het vaakst worden gebruikt bij appels:
- Splijtenting: Je zaagt de onderstam horizontaal af en zaagt er een gleuf in. In die gleuf schuif je één of twee entgrafts (wigvormig gesneden stukjes enthout). Deze methode werkt goed als de onderstam dikker is dan het enthout.
- Zadelenting (copulatie): Onderstam en enthout zijn even dik. Je snijdt beide schuin af op dezelfde hoek en schuift ze op elkaar. Vaak maak je een extra inkeping (tong) om ze beter te vergrendelen. Dit is een sterke verbinding.
- Oculeren: Je snijdt een slapend oog (knop met een stukje schors) uit het enthout en brengt dat in een T-vormige snede in de bast van de onderstam. Dit doe je in de zomer.
Voor beginners is de splijtenting het makkelijkst te leren. De sneden hoeven niet perfect te zijn zolang minstens één kant van het enthout goed aansluit op het cambium van de onderstam.
Het cambium: dé sleutel tot een geslaagde enting
Het cambium is een dunne laag levende cellen net onder de bast. Als je ent, moet het cambium van het enthout en het cambium van de onderstam elkaar raken. Alleen dan kunnen de twee delen aan elkaar groeien. Raken ze elkaar niet, dan droogt het enthout gewoon uit en mislukt de enting.
Gebruik altijd een scherp entmes. Een bot mes maakt rafelige sneden waardoor het cambium niet goed aansluit. Een nieuw (wegwerp)scalpelmes of een goed geslepen entmes werkt het beste.
Inbinden en beschermen na het enten
Na het enten bind je de verbinding strak in met entband of transparante propfytape. Die rekt mee als de boom groeit en licht door zodat je kunt zien of het enthout uitloopt. Smeer de snijvlakken daarna in met entkit of grafting wax. Dit voorkomt uitdroging en houdt schimmels buiten.
Zet de geënte boom op een beschutte, lichte plek maar niet in felle zon. Te veel warmte droogt het enthout uit voordat de verbinding geslaagd is. Na twee tot vier weken zie je of het enthout uitloopt. Dat is het teken dat de enting gelukt is.
De onderstam kiezen: dit bepaalt de grootte van je appelboom
De onderstam bepaalt hoe groot de boom uiteindelijk wordt, niet het ras dat je ent. Voor de moestuin of een kleine tuin kies je een zwakgroeiende onderstam zoals M9 of M27. Die houden de boom klein (zo’n anderhalve tot twee meter) en geven snel vruchten, maar vragen wel een steunpaal. Voor een grotere boom zonder steunpaal gebruik je MM106 of MM111.
Onderstammen koop je bij gespecialiseerde kwekers of fruitboomverenigingen. Ze zijn verkrijgbaar als slapende wortelstok in de winter en als opgepotte plant het hele jaar door.
Meest gemaakte fouten bij het enten van appels
- Enthout dat al is uitgelopen gebruiken. Zodra knoppen opengaan, is het enthout te ver wakker en pakt de enting meestal niet meer.
- Cambia die elkaar net niet raken. Controleer dit altijd aan minstens één zijde zorgvuldig voor je inbindt.
- Te los inbinden. De verbinding moet stabiel zijn. Gebruik genoeg lagen entband.
- Vergeten de entband te verwijderen. Na het aangroeien kan een strakke band de tak insnoeren. Verwijder hem zodra duidelijk is dat de enting geslaagd is en het enthout goed doorgroeit.
Enten van een appelboom vraagt wat oefening, maar de eerste keer slaagt al vaker dan verwacht als je de basis goed uitvoert. Begin met de splijtenting op een rustige dag, zorg voor scherp gereedschap en druk het cambium goed tegen elkaar. Wie eenmaal de techniek begrijpt, kan dezelfde methode toepassen op peer, pruim en kers.

