Een kersenboom bestuiven doe je door een geschikte bestuivingspartner in de buurt te planten, zodat bijen en andere insecten stuifmeel van de ene boom naar de andere kunnen overbrengen. De meeste kersenbomen zijn namelijk zelfsteriel: ze hebben een andere boom van een ander ras nodig om vruchten te kunnen zetten. Zonder die tweede boom krijg je weinig tot geen kersen, hoe gezond de boom verder ook is.
Zelfsteriel of zelfvruchtbaar: wat is jouw kers?
Het allereerste wat je moet weten, is of jouw kersenboom zelfvruchtbaar is of niet. Zelfvruchtbare rassen, zoals ‘Stella’ en ‘Sunburst’, kunnen zichzelf bestuiven en hebben geen tweede boom nodig. Zelfsteriele rassen, en dat is de grote meerderheid van de zoetkersen, hebben wel een partner nodig. Zure kersen (morellebomen) zijn over het algemeen zelfvruchtbaar en vormen wat dat betreft een makkelijkere keuze voor een kleine tuin.
Check dus altijd het ras van je boom voordat je iets plant of aanschaft. Op het etiket staat soms al of het zelfvruchtbaar is, maar bij twijfel zoek je het ras op in een bestuivingstabel voor kersenbomen. Zo voorkom je teleurstelling na jaren wachten op vruchten die nooit komen.
De juiste bestuivingspartner kiezen
Niet elke kersenboom past bij elke andere kersenboom. Kersen zijn ingedeeld in incompatibiliteitsgroepen. Twee bomen uit dezelfde groep kunnen elkaar niet bestuiven, ook al bloeien ze tegelijk. Kies dus een ras uit een andere groep. Bovendien moeten de twee bomen op hetzelfde moment bloeien: een vroeg bloeiende kers kan een laat bloeiende kers niet bestuiven, simpelweg omdat de bloei niet overlapt.
Enkele veelgebruikte combinaties die goed werken:
- ‘Bigarreau Napoléon’ en ‘Hedelfinger’
- ‘Kassins Frühe’ en ‘Bigarreau Burlat’
- ‘Lapins’ (zelfvruchtbaar, maar werkt ook als bestuiver voor anderen)
- ‘Stella’ bestuift veel andere rassen en is zelf ook zelfvruchtbaar
Raadpleeg een officiële bestuivingstabel bij het kiezen, zoals die van gespecialiseerde fruittelers of kwekers. Die tabellen laten per ras zien welke andere rassen als geschikte bestuiver dienen.
Afstand tussen de bomen
Bijen vliegen makkelijk enkele honderden meters, maar voor een betrouwbare bestuiving plant je de twee bomen het liefst niet verder dan 15 tot 30 meter van elkaar. Hoe dichter bij elkaar, hoe meer stuifmeel er wordt overgebracht en hoe voller de oogst. Staan de bomen in verschillende tuinen van buren, dan kan dat ook werken, maar je hebt er dan geen controle over of de juiste bestuiver op tijd in bloei staat.
Kersenboom bestuiven met de hand: wanneer en hoe
In principe regelen bijen en hommels de bestuiving voor je. Maar soms helpt het om zelf in te grijpen: bijvoorbeeld als het koud of regenachtig weer is tijdens de bloei, als er weinig insecten actief zijn, of als je maar één boom hebt en die toevallig zelfvruchtbaar is maar toch weinig vrucht zet.
Handmatig bestuiven doe je zo:
- Wacht tot de bloemen van beide bomen volledig open zijn (dit duurt doorgaans een tot twee weken in het voorjaar).
- Neem een klein, zacht penseel of een wattenstaafje.
- Veeg het penseel voorzichtig langs de meeldraden van een bloem van de ene boom, zodat stuifmeel op het penseel blijft zitten.
- Veeg het stuifmeel daarna af op de stamper (het middelste deel) van een bloem van de andere boom.
- Herhaal dit voor meerdere bloemen. Hoe meer bloemen je bestuift, hoe meer kersen je krijgt.
Doe dit bij droog, windstil weer en bij voorkeur midden op de dag, als de bloemen het meest open staan. Stuifmeel is dan het meest levensvatbaar.
Bloeitijd: timing is alles
De bloei van kersenbomen valt in Nederland en België doorgaans in april, afhankelijk van het jaar en de locatie. De exacte periode verschilt per ras, soms slechts een week of twee. Als de ene boom vroeger bloeit dan de andere, overlapt de bloei te weinig en mislukt de bestuiving. Let bij het aanschaffen van een bestuivingspartner dan ook op de bloeigroep of de bloeiperiode die staat vermeld. Vroeg, middenvroeg en laat zijn de gebruikelijke categorieën; kies twee bomen die in dezelfde of aangrenzende categorie vallen.
Wat te doen bij een te kleine tuin?
Heb je weinig ruimte, dan zijn er oplossingen. Je kunt kiezen voor twee kersenbomen op zwakgroeiende onderstam (zoals ‘Gisela 5’), die blijven compact en passen in een kleinere tuin of zelfs in een grote pot. Een andere optie is een zogenaamde “familiekers”: een boom waarop meerdere rassen zijn geënt die elkaar bestuiven. Zo heb je maar één boom nodig en toch een goede bestuiving. Let er bij een familiekers op dat de geënte rassen ook daadwerkelijk elkaars bestuiver zijn, want niet alle familiekersen zijn even goed samengesteld.
Of je nu handmatig bestuift of vertrouwt op bijen, de sleutel bij het bestuiven van een kersenboom zit in de voorbereiding: het juiste ras, de juiste partner en de juiste timing. Zorg je voor die drie dingen, dan vergroot je de kans op een volle oogst aanzienlijk.

