Een perenboom plant je het beste tussen november en maart, als de boom zijn blad heeft laten vallen en volledig in rust is. In die rustperiode heeft de boom minder last van het verplanten, en slaat hij makkelijker aan. Kies je voor een containerplant, dan kun je in principe het hele jaar planten, maar ook dan is het najaar of de vroege lente het meest geschikt.
De juiste plek kiezen voor je perenboom
Een peer gedijt het best op een zonnige, beschutte plek. Volle zon is geen overbodige luxe: minstens zes uur direct zonlicht per dag zorgt voor een goede vruchtzetting en een lekkere smaak. Mijd diepe schaduw en plaatsen waar water lang blijft staan. Peren kunnen slecht tegen natte wortels.
De bodem mag licht vochtig zijn en moet goed doorlatend zijn. Kleigrond werkt prima, mits de waterafvoer in orde is. Op zandgrond houd je de boom natter door te mulchen. Een licht zure tot neutrale pH (tussen 6,0 en 7,0) is ideaal. Twijfel je over de bodemkwaliteit, dan geeft een eenvoudige bodemtest uit de tuinwinkel snel uitsluitsel.
Perenboom planten: stap voor stap
- Stap 1: Voorbereiding. Leg de wortels van een kale-wortelplant voor het planten even in een emmer water. Een halfuur weken is voldoende. Zo nemen de wortels alvast wat vocht op en drogen ze niet uit tijdens het planten.
- Stap 2: Plantgat graven. Graaf een kuil die minstens twee keer zo breed en diep is als de wortelkluit. Dat geeft de wortels ruimte om zich te spreiden zonder tegenstand.
- Stap 3: Grond verbeteren. Meng de uitgestoken grond met compost in een verhouding van ongeveer één op één. Dit verbetert de structuur en voegt voedingsstoffen toe. Gooi geen pure mest in het plantgat; dat verbrandt de jonge wortels.
- Stap 4: Paal plaatsen. Sla een stevige paal in het plantgat voordat je de boom plaatst. Zo voorkom je dat je de wortels beschadigt achteraf. De paal houdt de boom de eerste jaren recht en stabiel.
- Stap 5: Boom plaatsen. Zet de boom in het plantgat. Let op de entplaats: het verdikkende knobbeltje waar de boom is geënt moet minstens vijf centimeter boven de grond blijven. Komt de entplaats onder de grond, dan kan de boom teruggroeien naar het minder sterke wildtype.
- Stap 6: Aanvullen en aandrukken. Vul het gat met de compostmengsel en druk de grond laag voor laag stevig aan. Zo verdwijnen luchtgaten rond de wortels.
- Stap 7: Aangieten. Geef direct na het planten ruim water, ook als de grond al vochtig lijkt. Dit helpt de grond rondom de wortels te verdichten en het contact te verbeteren.
- Stap 8: Mulchen. Leg een laag houtsnippers of compost van vijf tot tien centimeter dik rondom de stam. Houd een kleine ruimte vrij rond de stam zelf om rotting te voorkomen. Mulch houdt vocht vast en onderdrukt onkruid.
Één boom of twee: bestuiving
De meeste pererassen zijn zelfsteriel: ze hebben stuifmeel van een andere peer nodig om vruchten te zetten. Plant je maar één boom, dan heb je een slechte oogst of helemaal geen vruchten. Zet daarom minstens twee rassen naast elkaar die tegelijk bloeien. Populaire combinaties zijn bijvoorbeeld Conference met Doyenné du Comice, of Beurré Hardy met Gieser Wildeman. Controleer bij aankoop of de bloeitijden overeenkomen.
Woon je in een dichtbebouwde omgeving waar buren ook peren of appels hebben? Dan kan bestuiving soms vanzelf gaan via bijen. Maar reken er niet op en plant zeker bij twijfel gewoon een tweede boom.
De eerste weken na het planten
Een nieuw geplante perenboom heeft de eerste zomer extra aandacht nodig. Water geven is het belangrijkste: in droge periodes één tot twee keer per week ruim gieten, zodat de grond tot minstens dertig centimeter diep vochtig blijft. Jonge bomen hebben nog geen diep wortelstelsel en kunnen snel uitdrogen.
Snoei een kale-wortelplant direct na het planten licht in. Je verwijdert daarmee beschadigde takken en brengt de boom in balans met zijn kleinere wortelstelsel. Laat de boom het eerste jaar zoveel mogelijk met rust: geen zware bemesting en geen grote snoeibeurt. Dat geeft hij een betere start.
Plant je in november of december, dan zie je vaak pas in de lente of de boom echt aangeslagen is. Dat is normaal. Controleer in februari of maart of de knoppen beginnen te zwellen. Dat is het teken dat alles goed gaat. Met een goede plantplek, de juiste techniek en wat geduld heb je binnen een paar jaar een producerende perenboom staan.

