Soorten fruitbomen: welke past in jouw tuin?

Leestijd: 3 minuten

Er zijn tientallen soorten fruitbomen die je in een Nederlandse tuin kunt planten, maar de meest geteelde zijn de appelboom, perenboom, pruimenboom, kersenboom en notenboom. Ze verschillen sterk in oogsttijd, smaak, grootte en snoeibehoefte. Welke soort het beste bij jou past, hangt af van je tuingrootte, grondsoort en wat je ermee wilt doen.

De meest geteelde soorten fruitbomen op een rij

De appelboom is in Nederland verreweg de populairste fruitboom. Hij draagt fruit van laat in de zomer tot ver in de herfst, afhankelijk van het ras. Vroege rassen zoals ‘Transparante Blanche’ zijn al in augustus rijp; late rassen zoals ‘Elstar’ of ‘Jonagold’ laten je tot in oktober wachten. Een volgroeide vrijstaande appelboom kan vier tot acht meter hoog worden. Op een onderstam (ook wel lei- of spilvorm) blijft hij een stuk kleiner en handiger in een gewone tuin.

De perenboom vraagt om een warme, beschutte plek. Peren rijpen doorgaans iets later dan appels, van augustus tot oktober. Bekende rassen zijn ‘Conference’ en ‘Doyenné du Comice’. Een nadeel van de perenboom is dat hij minder zelfbestuivend is dan de appelboom; je hebt vaak een tweede boom in de buurt nodig voor een goede oogst.

De pruimenboom is compacter dan de appel- of perenboom en daarmee geschikt voor kleinere tuinen. Hij draagt fruit in juli en augustus. Rassen als ‘Victoria’ zijn zelfstuivend, wat betekent dat je ook met één boom een goede oogst kunt halen. Pruimenbomen snoei je bij voorkeur in de zomer, vlak na de oogst, om bacteriële ziektes te vermijden.

De kersenboom is de snelste groeier van de vier. Hij kan flink groot worden als je hem zijn gang laat gaan. Zoete kersen oogst je in juni en juli. Nadeel: vogels zijn er dol op. Een vlindernetje over de boom helpt, maar dat is bij een grote boom al snel een klus. Zure kersen (morellen) zijn makkelijker te telen, verdragen meer schaduw en zijn aantrekkelijk voor jam of compote.

Minder bekende fruitboomsoorten die het waard zijn

Naast de klassieken zijn er fruitbomen die minder vaak geplant worden, maar zeker de moeite waard zijn. De kweeperenboom (Cydonia oblonga) geeft grote, gele vruchten die rauw bitter smaken maar uitstekend zijn om te verwerken tot gelei of moes. Hij is winterhard en relatief ongecompliceerd in onderhoud.

De vijgenboom (Ficus carica) doet het goed in een beschutte, zonnige hoek of tegen een zuidmuur. In zachte winters overleeft hij buiten in grote delen van Nederland. Hij geeft rijpe vijgen in augustus en september. Snoeien is eenvoudig: verwijder alleen dode of misvormde takken in het vroege voorjaar.

De moesbezienboom, ook wel moerbeiboom (Morus) genoemd, is een bijzondere verschijning. Hij geeft bramen-achtige vruchten en kan heel oud worden. Let op: de rijpe vruchten kunnen hardnekkige vlekken achterlaten. Wil je hem in je tuin, plan hem dan niet boven een terras of lichte bestrating.

De walnoot en hazelaar worden ook tot de fruitbomen (of fruitstruiken) gerekend. Een walnoot groeit uiteindelijk erg groot en geeft pas na acht tot tien jaar een noemenswaardige oogst. Hij past beter in een ruime tuin of op een erf dan in een kleine stadstuin.

Verschil in snoeibehoefte per soort

Appel- en perenbomen snoei je het liefst in de late winter of het vroege voorjaar, als de boom nog kaal staat. Zo kun je de structuur goed zien en stuur je de boom naar de gewenste vorm. Pruimen- en kersenbomen snoei je juist in de zomer, na de oogst. Dit vermindert de kans op bacteriële kanker en andere schimmelziektes, die via snijwonden binnenkomen als de boom in rust is.

Vijgen en moerbeien vragen weinig snoei. Bij de walnoot geldt: zo min mogelijk snoeien, want snijwonden bloeden hevig in het voorjaar en genezen slecht.

Zelf bestuivend of niet?

Dit is een praktisch punt dat veel tuiniers vergeten. Niet alle fruitbomen bestuiven zichzelf. Hieronder een kort overzicht:

Soort Zelfstuivend? Opmerking
Appelboom Grotendeels nee Tweede boom of bestuiver nodig (zelfde bloeitijd)
Perenboom Grotendeels nee ‘Conference’ is gedeeltelijk zelfstuivend
Pruimenboom Rassafhankelijk ‘Victoria’ is zelfstuivend
Zoete kersenboom Nee Tweede boom nodig van een compatibel ras
Zure kersenboom Ja Één boom volstaat
Vijgenboom Ja Bestuiving door vijgenwespen, in Nederland niet nodig

Welke soort fruitboom past bij jouw tuin?

Voor een kleine tuin of een hoge pot kies je bij voorkeur een compacte onderstam: een columnar appelboom of een pruim op zwakgroeiende onderstam. Voor een middelgrote tuin zijn een appelboom en een pruimenboom samen al een goede combinatie, zeker omdat ze in hetzelfde seizoen bloeien en elkaar zo bestuiven. Heb je ruimte, dan voegt een kersen- of perenboom een langere oogstspreiding toe.

Let bij de aankoop altijd op de onderstam. Die bepaalt de uiteindelijke grootte en hoe vroeg de boom vrucht draagt. Een boom op zwakgroeiende onderstam geeft vaak al na twee tot drie jaar vruchten; een sterk groeiende zaailing doet er soms vijf jaar of langer over.

Met de juiste keuze heb je van juni (kersen) tot oktober (late appels) vrijwel continu iets te oogsten. Combineer soorten slim op bestuiving, grootte en oogsttijd, en je haalt het meeste uit je tuin.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *